De veulens die vroeg dit jaar geboren zijn bereiken al bijna de speenleeftijd. De meeste veulens worden tussen de vier en zeven maanden gespeend van de merrie. En dat levert stress op. Zelfs zo erg, dat dit leidt tot te weinig voeropname, koliek en maagzweren bij het veulen. Vervolgens ontstaat een risico voor groeistoornissen (OCD) door compensatie van een groei achterstand. Het spenen kan goed verlopen door het veulen en de merrie geleidelijk uit elkaar te halen én door het veulen van gezonde en passende voeding te voorzien.

Groeisnelheid

Veulens groeien enorm hard. Een KWPN veulen kan in de eerste drie maanden wel 1,5 kilogram per dag aankomen. Daarna nog een paar maanden 1 kilogram per dag. In de loop van het eerste jaar vermindert deze snelle groei, maar na 12 maanden is toch al 60-70% van het volwassen gewicht bereikt. Een vlekkeloze groeicurve behoedt het veulen voor verstoringen in de ontwikkeling. De voeding van merrie tijdens en na de dracht is essentieel om de eerste periode van deze groeicurve goed te doorstaan. Het ontwormbeleid (ook al van de drachtige merrie) heeft daar natuurlijk ook invloed op.

Bijvoeren van de merrie

De merrie heeft voor de melkproductie veel energie en veel eiwit nodig. De energiebehoefte is vergelijkbaar met een topsportpaard! Dit kan met weidegang voor een groot deel ingevuld worden, mits er voldoende gras staat. Extra merrievoer met een hoog eiwitgehalte en mineralen en vitaminen zijn vaak nodig om de merrie in een goede conditie te houden. De melk is voor het veulen de belangrijkste voedselbron. De eerste drie maanden zal verder niet veel nodig zijn. Wel zie je dat het veulen direct al begint te knabbelen en proeven van alles wat er staat en groeit. En langzaam verandert de mest van brijige melkmest naar kleine vaste keuteltjes.

Voeropname van het veulen

In de wei en op stal begint het veulen meer en meer mee te eten. Dit gebeurt al na 1-2 maanden. Het knabbelt aan het hooi en pikt wat mee van het voer van de merrie. In de wei hapt hij wat gras. Al deze voedermiddelen zijn belangrijk voor een goede ontwikkeling van de darmen en de darmflora. Bij de geboorte zijn de darmen nog maar hele klein en zonder darmflora. Met alles wat het veulen binnenkrijgt komen er micro organismen binnen. Het opeten van de mest van de merrie is daar een duidelijke begin van. Een deel van de bacteriën nestelt zich in de darmen en gaat een symbiose aan met het veulen. De darmbacteriën groeien van wat er aan voer binnenkomt en het veulen profiteert van de energie die daarbij ontstaat. Door meer vezels te gaan eten wordt de darminhoud en de darmflora geleidelijk groter.

Bijvoeren van het jonge veulen

De overgang van de merriemelk naar vast voer begint eigenlijk al heel snel als het veulen mee gaat eten met de moeder. Maar deze hoeveelheden zijn beperkt. Het ouder wordende veulen kan steeds meer ruwvoer gaan eten. Om een grote energiedip te voorkomen als hij bij zijn moeder wordt weggehaald, is het goed hem krachtvoer te leren eten. Het geleidelijk spenen leent zich daar prima voor. Op de tijden dat de merrie en het veulen uit elkaar zijn, geef je wat krachtvoer en hooi aan het veulen (het liefst ‘veulens’, door een paar bij elkaar te zetten). De porties zijn de eerste weken nog klein, maar mogen in 8 weken opgebouwd worden tot een kilogram per dag voor een KWPN-veulen. Met deze hoeveelheid is er voldoende zekerheid dat het veulen zelfstandig kan eten. En kan hij zonder merriemelk goed blijven groeien.

Bijvoeren vanaf 8 weken voor spenen

Produceert de merrie voldoende melk dan groeit het veulen daar prima op en is geen ander voer nodig, behalve van wat hij zelf her en der opknabbelt. Of de merrie voldoende melk produceert is moeilijk te controleren. Je merkt dat pas als de groei van het veulen tegenvalt. En dat is lastig als je niet wekelijks de groei meet en je niet weet hoe de groeicurve behoort te verlopen. Omdat veulens van sommige rassen, zoals de volbloeden en de KWPN-er, zeer snel groeien, kan een extra aanvulling met mineralen nodig zijn vanaf de leeftijd van 3 maanden. Ga niet de groei extra stimuleren met veel energierijk krachtvoer op deze leeftijd, want dit kan leiden tot groeistoornissen. De misbalans tussen energie, eiwit en mineralen in het rantsoen leidt tot een verkeerde ontwikkeling van botweefsel.

Samenstelling van het krachtvoer

Het veulen heeft voldoende energie en eiwit nodig en natuurlijk de juiste mineralen en vitaminen voor een gezonde groei. Het ruwvoer is de basis, maar de opname is relatief beperkt. De volume van de darmen zijn nog niet op “volle sterkte”. Het ruwvoer moet van een goede kwaliteit zijn. Dit betekent zacht en fijn hooi of droog kuilvoer met veel energie en eiwit. De energie uit krachtvoer mag deels uit zetmeel en suiker bestaan, maar het liefst niet teveel. Veel zetmeel en suikers geven een verhoogd risico op maagzweren, koliek en teveel temperament, ook bij het veulen. Deze risico’s kunnen weer stalondeugden tot gevolg hebben. Als je het jonge veulen al van begin af aan went een voer te eten met een iets hoger vetgehalte, dan kan het aandeel zetmeel en suikers voldoende laag blijven, en past de vertering zich prima aan. Daarnaast moet het eiwit van voldoende niveau zijn en van een goede kwaliteit. Dat wil zeggen, de eiwitbron moet de juiste aminozuren leveren voor de groei .

De unieke samenstelling van Bonpard Mare&Foal

Kenmerken van Bonpard Mare&Foal zijn een hoog vet- en eiwitgehalte en een laag zetmeelgehalte. Voldoende essentieel voedingsstoffen

Met de wetenschappelijke kennis over de behoefte van de merrie en het veulen en de risico’s van een krachtvoerrijk rantsoen voor beiden, is een unieke samenstelling gemaakt voor fokmerrie en opgroeiend veulen. Bonpard Mare&Foal heeft als enige in zijn soort een samenstelling die niet alleen past bij merrie en veulen, maar die ook veilig is om verteringsklachten te voorkomen. Daarnaast biedt het de juiste elementen voor een optimale melkproductie en groei, met preventieve maatregelen voor stoornissen in de ontwikkeling. Kijk hier naar meer info over dit voer en bespreek met je dierenarts de mogelijkheden voor jouw merrie en veulen.