Regelmatig heb ik een discussie met paardeneigenaren over de tijd gedurende de dag dat hun paarden kunnen eten. Moet het voer nu wel of niet onbeperkt beschikbaar zijn? De meeste spreken uit ervaring. Ervaringen zijn waardevol, en gebaseerd op een bepaalde situatie. Alle voeradviezen die langskomen op sociale media zijn goedbedoeld, maar mogelijk niet passend voor een ander paard in een andere omstandigheid. En dus moet je terug naar de kennis die er is en het voeradvies afstemmen op het paard en de situatie. En dan merk je dat niet alles zwart wit is, maar dat er veel meer grijstinten zijn en er dus niet één ‘waarheid’ is, maar heel veel ‘waarheden’. Zo is suiker is niet altijd slecht en hoeft ruwvoer niet perse 24 uur per dag  voor elk paard beschikbaar te zijn.

Kauwen is een ‘must’

De fysiologie van de vertering is zodanig dat het paard zeer zeker frequent voer moet krijgen om op te kauwen. Kauwen is een essentieel onderdeel voor een gezonde vertering. Het paard heeft een soort kauwbehoefte. Met het kauwen wordt niet alleen het voer verkleind, maar ook speeksel aangemaakt. Dat speeksel beschermt een deel van de maagwand tegen te sterke verzuring.

De altijd zure maag

De maag van het paard produceert altijd maagzuur. De hoeveelheid is niet altijd gelijk en onder meer afhankelijk van het voer. Een zetmeel&suikerrijk voer stimuleert de maagzuurproductie. Het maagzuur is essentieel voor een goede vertering. Het dood ongewenste micro organismen en het activeert een enzym dat eiwitten in stukken knipt. Deze eiwitstukken worden verderop in de dunne darm tot aminozuren verkleind en kunnen dan opgenomen worden. Het voer komt uit de slokdarm in een deel van de maag waar nog geen maagzuur is. De maaguitgang naar de dunne darm ligt wel in het zure deel. Het ruwvoer komt geleidelijk met hapjes binnen en verdwijnt vrij snel naar de dunne darm. Krachtvoer komt in grotere hoeveelheid binnen en verblijft iets langer in de maag, voordat het naar de dunne darm gaat. Dit kan wel twee tot drie uur duren, afhankelijk van de portiegrootte.

Grillige natuur

Een paard eet in de natuur gedurende een flink aantal uren en heeft maximaal vier uur durende eetpauzen. Maar in perioden van schaarste (kou of droogte) zal dit ook langer zijn. Ook dan zal de maagzuur productie doorgaan. De maagwand heeft een eigen bescherm mechanisme. Deze bescherming kan onder invloed van stress verminderen.

Het ontstaan van een maagzweer wordt door meerdere factoren beïnvloedt. De frequentie van voeren, het soort voer, intensieve inspanning en de mate van stress.

Energie uit ruwvoer

Uit dit verhaal kan je opmaken dat het paard zo veel mogelijk ruwvoer beschikbaar moet hebben. Het zou inderdaad prettig zijn als een paard dat heeft. Echter, het soort ruwvoer en met name de voederwaarde die het heeft, is dan wel belangrijk om goed in te schatten. Een hoge voederwaarde, zoals gras en goed hooi, levert in ongelimiteerde opname veel energie. En de meeste paarden reguleren niet zo nauwkeurig hun opname met hun behoefte dat de balans op nul uitkomt.

Wanneer stopt een paard met eten?

Verzadiging en dus het stoppen met eten, wordt op verschillende manieren gereguleerd in het paard. De uitrekking van de maag en de darmen door het voer, geeft signalen af naar de hersenen, die betekenen om (even) niet meer te eten. De opname van voedingsstoffen in het bloed, zoals glucose en vluchtige vetzuren, geven ook zulke signalen af. Tenslotte is er een fysieke grens in de doorstroomsnelheid van het voer door het hele maagdarmkanaal.

Al deze verzadigingsmechanismen ten spijt, nemen niet weg, dat de opname aan energie met het relatief rijke ruwvoer wat wij in Nederland hebben, veelal meer is dan het paard nodig heeft. Dat is één van de oorzaken van de vele te dikke paarden op dit moment.

Energie bewaren voor later

Het opbouwen van een vetreserve is voor paarden die dicht bij de natuur staan, een logische stap. Want de droogte en koude in komende perioden leiden tot voedselschaarste.

Het is zelfs zo dat sobere rassen beschikken over een genenpakket dat hun in staat stelt meer vetreserves op te bouwen. Door efficiënter het voer op te nemen en, door een natuurlijke en lichte vorm van insulineresistentie, dit meer in vet om te zetten. Je ziet dit ook terug in de energiebehoefte van sobere pony’s en paarden. De energie omgerekend in grofstengelig hooi nodig om te overleven is voor een warmbloed paard van 500 kg 9,1 kg per dag en voor een koudbloed paard van dezelfde grootte 8,6 kg per dag. Dit scheelt slechts 500 g per dag. De energie uit die 500 g zet het koudbloed paard om in vet (ca 12 g). Dat is nog niet zoveel, als het maar weer een keer gebruikt wordt. 

En dus draait het uiteindelijk om de balans. De balans tussen opname en behoefte hoeft niet elke dag exact op nul uit te komen. Maar op langere termijn bij voorkeur wel. De voedingstoestand (body condition score) mag een keer stijgen of dalen, als het ook meer weer de andere kant op gaat.

Maximale opname capaciteit

Terug naar de verzadiging en de regulatie van de voeropname. De doorstroomsnelheid door het maagdarmkanaal en de verteerbaarheid van het voer (dit kan aan elkaar gerelateerd zijn), bepalen hoeveel voer het paard kan eten. Een trage verteerbaarheid en dus minder snelle passage leidt tot minder voeropname. Er is een grens aan de opname van voer. Uitgedrukt in droge stof is dit 2 tot 2,5% van het lichaamsgewicht. Meer gaat er niet in. Nou ja, in sommige gevallen wel. Pony’s blijken op vers gras een hogere opname te kunnen genereren, zelfs tot 5%. Maar dit zijn uitzonderingen.

Ruwvoer kwaliteit

Dat warmbloedpaard van 500 kilogram heeft aan 9,1 kg grof hooi voldoende energie voor zijn onderhoud in rust, dit is 7,6 kg droge stof. Maar hij kan wel 10 kg droge stof hooi op, omgerekend is dit 12 kg hooi. Krijgt het paard voer met een hoger energiegehalte zoals gras, dan is het verschil, tussen wat hij nodig heeft aan energie en wat hij op kan eten, veel groter. De opbouw van vetreserves gaat dan sneller. Met 24 uur weidegang kan een paard van 500 kg wel 68 kilo gras eten. De energie die daar in zit is 200% meer dan nodig voor rust!

Geef je paarden onbeperkt toegang tot voer, dan leidt dit meestal tot een overschot aan energie en een extra vetreserve. Je kan dit beperken door een redelijk arm ruwvoer te gebruiken. Eventueel in combinatie met een slowfeeder of graasmasker. Of je zorgt dat de energiebehoefte stijgt, door het paard flink aan het werk te zetten.

Meer bewegen en meer eten

Werkt een paard regelmatig (5-6 keer per week), dan stijgt de energiebehoefte. Zo heeft het paard van 500 kg nu bijna 12 kg grof hooi nodig, en zou hij dus onbeperkt hooi kunnen krijgen. Voor het sobere paard lukt dit weer net niet. Die heeft ondanks het werk toch minder voer nodig.

Balans en nuance

Om de juiste balans te zoeken is een continue afweging en aanpassing van voerhoeveelheden nodig. Temeer omdat de kwaliteit van het ruwvoer bij elke nieuwe partij anders kan zijn en het werk per periode in zwaarte kan verschillen. Omdat het voor de gezondheid beter is het paard zoveel en zo vaak mogelijk ruwvoer te laten eten, is een ruwvoer met betrekkelijk weinig energie erin beter dan weidegang. Helaas is het niet voor elk paard mogelijk onbeperkt ruwvoer te krijgen. Blijf je paard altijd controleren. Vermindert door blessures de beweging, dan is de voerbehoefte ook even minder. Anticipeer op die situatie en voorkom dat het paard na het herstel op een vermageringsdieet moet.

De beoordeling van de body conditie score is de graadmeter voor de energiebalans op langere termijn. Neemt de conditie toe als het paard onbeperkt ruwvoer krijgt, dan moet de opname beperkt worden.