Oftewel door het bomen het bos niet meer zien, dat is zo ongeveer wel de huidige situatie in paardenvoerland. Ga naar een willekeurig paardenevenement en je komt onherroepelijk thuis met een waaier aan folders en flyers van diverse krachtvoermerken. Het is niet om door te komen! En waar moet je dan op letten? Hoe kan je een keuze maken? Met een voorzichtige inschatting zijn er wel 20-25 merken, met elk zeker 10 soorten. Dus je staat in de winkel en ziet 250 voerzakken met mooie plaatjes erop en nog mooiere teksten. Helpt dit de eigenaar? Is dit de manier om paarden gezond te houden of te krijgen?

Om een goed voer uit te zoeken voor je paard heb je advies nodig. Advies van de voerfabrikant, de voerverkoper, je dierenarts of een voerdeskundige. Want niet elk voer kan je aan elk paard geven. Hoe weet je wat je paard nu wel of juist niet nodig heeft? Hééft je paard wel extra voer nodig? Dat is nog wel het meest schrijnende van het geheel: het gros van de paarden eet met voldoende ruwvoer genoeg energie en heeft geen extra energie uit granen of graanbijproducten nodig (de grootste ingrediënten groep van krachtvoer).

Voorlichting over voeding lijkt me een hele belangrijke zaak. Mensen die paarden houden, moeten weten wat het dier nodig heeft. Dat voorkomt geneuzel over het verschil in het biotinegehalte tussen voer a en voer b. Heel veel reclame-aandacht over bepaalde gehalten aan nutriënten, grondstoffen of unieke concepten zijn voor de meeste paarden helemaal niet van toepassing of belangrijk. Hypes worden gemaakt, mensen worden radeloos, paarden krijgen dan weer dit en dan weer dat voer, hun gezondheid is er uiteindelijk niet bij gebaat.

Keep it simple! Basisvoer is overbodig. Dus die kunnen uit het assortiment. In plaats daarvan kan een goed mineralen- en vitaminensupplement het ruwvoer complementeren en het rantsoen is klaar. Voor paarden die veel werken en extra voer nodig hebben, kan een kleine variatie aan krachtvoersoorten bestaan met verschil in energie die paarden voor het werk nodig hebben. Voor de fokkerij zijn één of twee voersoorten voldoende om de merrie en de veulens bij te voeren. Tenslotte kan het seniorpaard speciaal gemaakt voer nodig hebben, als de gebitstoestand geen ruwvoer meer toelaat.  Zo is met 6-7 soorten het assortiment is wel compleet.

Al die voersoorten met bepaalde speciale eigenschappen of toevoegingen om bijvoorbeeld de gezondheid van het paard te verbeteren slaan vaak net de plank mis. Want het is niet rigoureus genoeg en niet compleet geformuleerd om écht het verschil te maken. Het mengen van een speciale vezel of gistsoort door een standaard voerformulering zet geen zoden aan de dijk om het paard een gezondere darmflora te geven. Aandacht voor het ruwvoer is er niet en een goed voerplan wordt niet meegeleverd.

Het paard is leidend in de voerkeuzen die je maakt. Dit geldt niet alleen voor krachtvoer, maar ook voor ruwvoer. Het zou goed zijn een ‘krachtvoer keuze richtlijn’ te hebben aan de hand van het paard en het ruwvoer. Voor sportpaarden tot gemiddeld niveau kan grof- of gemiddelde kwaliteit ruwvoer goed zijn (afhankelijk type paard). Omdat het eiwit daarvan soms laag is, is een brok met iets extra eiwit, vezels, beperkte hoeveelheid zetmeel en suikers en voldoende mineralisering om met 1-2 kilogram voldoende te geven, geschikt. Voor sportpaarden op hoog tot zeer hoog niveau (wees eerlijk, dit is een kleine groep!) is gemiddeld ruwvoer prima, maar niet voldoende. Het krachtvoer bevat eiwit van een goede kwaliteit en energie in de vorm van zetmeel&suikers of vetten, afhankelijk van de discipline.

Laat je niet gek maken door de voerfabrikanten, de vele reclames en mooie folders. Voer bewust, leer wat je paard nodig heeft, en zorg in eerste instantie voor een geschikte kwaliteit ruwvoer. Het kan fijn zijn het rantsoen twee keer per jaar te laten beoordelen door een voerdeskundige en op basis het ruwvoer. Want dat ruwvoer verandert per seizoen en daar moet de rest op zijn aangepast.