Bij hoefbevangenheid denkt men vaak dat krachtvoer de boosdoener is. Maar lang niet in alle gevallen is dat zo. Hoefbevangenheid ontstaat doordat het paard anders reageert op suikers uit het voer vanwege insulineresistentie. Die insulineresistentie kan zich opbouwen en plots een kritieke grens overgaan. En zo kan het zijn dat je paard opeens hoefbevangenheid heeft, zonder veel aanwijzingen of signalen vooraf, ook op een rantsoen van ruwvoer. De hoeveelheid suiker in hooi en gras is variabel. Het loont de moeite ruwvoer te laten analyseren, zodat je weet wat je voert. Zelfs als je paard niet hoefbevangen is.

Ruwvoer met suiker

Gras groeit doordat het instaat is om suikers te maken en om te zetten. Met zonlicht produceert gras suikers uit water en kooldioxide. Het suikergehalte in gras stijgt als de zon schijnt en daalt in de nacht. Omdat het gras ook andere voedingsstoffen nodig heeft, kan de groei tegenzitten als die er niet zijn. In dat geval stijgt het suikergehalte in het gras. Eén van die voedingsstoffen is stikstof, die het gras uit de bodem haalt. Als de bodem is verarmt, kan het gras minder groeien. Ook droogte kan leiden tot vermindering van de groei, met stijgende suikergehalten in het gras als gevolg.

Het moment van maaien heeft invloed op de suikergehalten in het hooi of kuilvoer. Maar ook de weersomstandigheden spelen een rol.

In een hele droge zomer, kan het maar zo zijn dat het ruwvoer erg suikerrijk is. En dat heeft dan weer gevolgen voor de paarden in de winter!

Soort en kwaliteit ruwvoer

Hooi van jong, bladrijk gras is rijker aan suiker dan grofstengelig hooi. Toch geeft de kwaliteit van het hooi zeker geen garantie dat het veilig is voor je paard. Resultaten van ruwvoer analysen laten zien dat ook grofstengelig hooi suikergehalten kan bevatten, die voor paarden met insulineresistentie te hoog zijn.

Bij de productie van kuilvoer treedt enige verzuring op. Dit komt door melkzuurbacteriën uit het gras die suikers omzetten. Het gevolg is dat kuilvoer in principe minder suikers bevat dan hooi. De realiteit is dat de kuilvoerproducten voor paarden vaak zeer droog en niet verzuurd zijn. En dan is het verschil met hooi veel kleiner. Dus ook kuilvoer is geen garantie op veilige suikerwaarden.

Ruwvoer met weinig suiker kan je wel veilig voeren. Maar dit kan je niet aan de buitenkant beoordelen.

Paarden met overgewicht of die in het verleden overgewicht hebben gehad, lopen een risico op hoefbevangenheid. Dit geldt ook voor paarden met PPID (voorheen Cushing) en senioren. Als het paard insulineresistentie heeft, kan ruwvoer hoefbevangenheid veroorzaken. Insulineresistentie is door een dierenarts te bepalen, maar een negatieve uitslag geldt maar heel tijdelijk. De situatie kan snel veranderen.

Je speelt met vuur als je paarden uit risicogroepen ruwvoer voert zonder ruwvoeranalyse.

Ruwvoer en dan…

Ruwvoer kan voldoende zijn om het paard in een goede conditie te houden. Dan is alleen nog een supplement met mineralen en vitaminen nodig. Voor paarden met een slechte conditie is meer aanvullend voer nodig. Ook dit voer mag niet te veel zetmeel en suikers bevatten. Het is beter de porties klein te houden en over de dag te verspreiden. Een seniorpaard heeft ander voer nodig dan een fokmerrie, terwijl ze beiden hoefbevangenheid kunnen hebben. Zo zie je dat het rantsoen bij je paard moet passen. Met Bonpard producten is het mogelijk een goed rantsoen te maken voor verschillende typen paarden met hoefbevangenheid of insulineresistentie. Vraag je dierenarts voor advies.

————————————————————————————————————————————————————–

Ontvang voeradvies op maat!

Mail dit ingevulde formulier en Anneke Hallebeek neemt contact op.

€66,55 (incl btw)