Hoe bepaal ik het werkniveau?

Volgens het centraal veevoederbureau (CVB, Lelystad) kan het werkniveau ingedeeld worden in 5 categorieën, zeer licht, licht, gemiddeld of matig, zwaar en zeer zwaar. Aan deze categorieën zijn waarden toegekend voor het aantal minuten stap, draf, galop en of springen per uur werk. Op zich geeft dit een redelijk handvat. Maar afhankelijk van factoren zoals de getraindheid van het paard, de verzameling en moeilijkheidsgraad van de oefeningen en overige zaken zoals weer en bodemgesteldheid kun je voor je eigen paard een nauwkeurigere inschatting maken.

Voor wat betreft het voerniveau, dus de behoefte aan energie, eiwit en andere voedingsstoffen is een gemiddeld werkniveau van belang. Als het paard op de langere termijn goed in conditie blijft is de hoeveelheid opgenomen energie gemiddeld gelijk aan de hoeveelheid verbruikte energie. Daarom is de gemiddelde arbeid per week veelal minder dan de arbeid per dag, want ook de rustdagen tellen mee.

Het komt er dus vaak op neer dat paarden gemiddeld licht werk doen, terwijl ze op 2-3 dagen per week best een pittige training hebben. Maar heel weinig paarden halen de categorie zeer zwaar. Uiteraard is de lichamelijke conditie de beste graadmeter of je het werkniveau en dus het voerniveau goed hebt ingeschat. Treedt vermagering op dan moet het voerniveau omhoog en bij vervetting juist naar beneden bij gesteld worden. Controleer elke 6 weken de voedingstoestand aan de hand van de Bonpard Body Condition Score kaart. Veranderingen gaan vaak zeer geleidelijk en vallen niet op als je er niet bewust naar kijkt.

0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *