Afwijkende Body Condition Score

Paard is te dik

Het risico van overgewicht is het verkrijgen van hoefbevangenheid. Bij een Body Condition Score +2, moet een vermageringsdieet gestart worden. Dit is makkelijker gezegd dan gedaan. Verkeerd vermageren leidt tot andere gezondheidsproblemen. Overleg met je dierenarts om samen een vermageringstraject op te stellen.

Advies bekijken

Paard is te mager

Vermagering kan vele oorzaken hebben, van te weinig voer tot een stofwisselingsstoornis. Laat een dierenarts het paard nakijken en behandelen. Paarden die mager zijn hebben baat bij een energierijk voer met een laag risico op verteringsstoornissen. Uiteraard met voldoende eiwit en noodzakelijke mineralen en vitaminen. Betreft het een ouder paard dan is speciaal voer nodig dat met minder goed kauwen voldoende voedingsstoffen levert en past bij de behoefte van het oudere paard.

Advies bekijken

Paard heeft een te dikke nek
(insulineresisentie)

Vetophoping in de nekband is een signaal van overgewicht. Paarden met insulineresistentie (vaak samen met chronische hoefbevangenheid of PPID) hebben ook vaak een dikke harde manenkam.  Laat de dierenarts het paard nakijken. Het harde nekvet verdwijnt niet altijd bij vermagering. De aanpassingen in het rantsoen, waaronder die van het ruwvoer, zijn afhankelijk van de conditie en of er inderdaad sprake is van insulineresistentie.

Advies bekijken

Levensfase

Het oudere paard

Slijtage aan het gebit zorgt voor vermagering, mestveranderingen of koliek. Ook PPID (Cushing) en hoefbevangenheid komen bij oudere paarden veel voor. Begin tijdig met een passend rantsoen dat is afgestemd op de mogelijkheden en behoeften van het paard.

Advies bekijken

Drachtige merrie

Na zeven maanden dracht heeft een merrie extra voedingsstoffen nodig voor de groei van het veulen. Een eiwitrijk voer met aangepaste mineralen- en vitaminegehalten is dan gewenst.

Voeradvies

Veulen

De melkproductie van een gezonde, goed gevoerde, merrie kan voldoende zijn voor de snelle groei van het veulen in de eerste paar maanden. Aan het einde van de melkperiode en voordat het veulen gespeend wordt, moet het zelfstandig voldoende voer opeten. Dit voer moet alles bevatten om de groei verder te ondersteunen.

Voeradvies

Paard met blessure en stalrust

Krijgt een sportpaard stalrust voorgeschreven vanwege een blessure pas dan het rantsoen aan. Deze aanpassing is afhankelijk van de duur van de rustperiode. Het paard heeft minder energie nodig voor het werk. Toch mag het in de voeding niet ontbreken aan essentiële voedingsstoffen die nodig zijn voor het herstel.

Advies bekijken

Afwijkende mest

Te natte mest (diarree)

Diarree kan door een ziekte veroorzaakt worden. De dierenarts moet het paard onderzoeken en eventueel behandelen. Diarree of te natte mest kan ook het gevolg zijn van een verstoring van de darmflora in de blinde- en dikke darm. De samenstelling van het rantsoen beïnvloedt de darmflora. Met speciale dieetvoeding kan de darmflora verbeteren.

Advies bekijken

Te droge mest

Mestballen zijn te droog als ze direct uit elkaar vallen zodra ze de grond raken. Of als het grote aan elkaar geplakte hopen zijn die het paard moeilijk kwijt kan (persen). Als het paard veel stro heeft gegeten, is de kleur lichtbruin tot geel. Het risico van te droge mest is het ontstaan van een verstopping en koliek.

Advies bekijken

Ongevormde mest met veel lange vezels

Met te veel lange vezels kan een paard geen mooie mestballen vormen. Soms blijft de mest ook te nat. Het komt veel voor bij seniorpaarden. Gebitsproblemen zijn vaak de oorzaak van deze afwijkende mest.  Het paard moet naar de tandarts. En omdat de darmflora verstoord is, heeft het paard ook een aangepaste voeding nodig.

Advies bekijken

Mest met hele graankorrels

Zie je hele graankorrels in de mest, dan eet het paard te snel (voernijd) of zijn er problemen in het gebit. De mest mag geen of heel weinig graankorrels bevatten. Door goed te kauwen gaan graankorrels kapot en zal de vertering goed verlopen. Slecht kauwen geeft ook een risico op verstoppingen van te lange vezels of op een fermentatiestoornis in de dikke darm (koliek).

Voeradvies

Mest met teveel zand

Meer dan 70% van het opgenomen zand komt in de mest terecht, mits het paard veel ruwvoer eet. De darmbewegingen vertragen bij een vezelarm rantsoen. Dan blijft het zand in de darmen achter. Het zand kan de darmwand beschadigen, de darmflora verstoren of een verstopping veroorzaken. Zandrijk mestballen hebben een grijzige kleur. De mest kan ook brijig of zelfs waterdun worden als de darmflora ernstig verstoord is.

Advies bekijken

Afwijkend gedrag

Voernijd

Groepshuisvesting leidt soms tot voernijd als er onvoldoende voer en eetplaatsen zijn. Paarden uit de opfok komen soms met voernijd terug. Het gevolg is dat het paard stress heeft tijdens het voeren en heel snel gaat eten. Dit heeft consequenties voor de vertering. Maagzweren, koliekgevoeligheid of zelfs vermagering zijn mogelijke gevolgen.

Voeradvies

Wil geen krachtvoer eten
(maagzweer)

Paarden die ziek zijn en koorts hebben laten vaak als eerste het krachtvoer liggen. Verandering van voersamenstelling of  van het merk voer kan ook oorzaak zijn van voerweigering. Geleidelijke introductie van nieuw voer kan dan helpen. Zijn maagzweren een oorzaak van het niet willen eten van krachtvoer, dan is een behandeling nodig van de dierenarts en kan aangepast voer helpen.

Advies bekijken

Kribbebijten en luchtzuigen

Kribbebijten en luchtzuigen ontstaat uit stress, verveling en onvoldoende ruwvoer. Eenmaal ontwikkelt is het moeilijk “af te leren”. Luchtzuigen zorgt voor een verandering in de darmbewegingen en kan de vertering nadelig beïnvloeden en tot koliek leiden. Maagzweren en luchtzuigen komen vaak samen voor. Laat het paard door de dierenarts nakijken. Rantsoen aanpassingen kunnen problemen voorkomen.

Advies bekijken

Teveel temperament

Het temperament van het paard is voor een groot deel karakter en overerfbaar. Heeft een paard veel temperament dan kan krachtvoer dit versterken. Een “te heet” paard heeft onvoldoende concentratie, “verspilt” veel energie en is niet altijd een plezier om te rijden. Geef het paard veel beweging. En geef het een rantsoen met beperkte hoeveelheid zetmeel en suikers.

Voeradvies

Maakt proppen van ruwvoer

Paarden kauwen goed op voer. Daarbij malen de kiezen over elkaar. Ruwvoer wordt zo geleidelijk naar achteren verplaatst en verkleind. Haken of andere onregelmatigheden in het gebit verhinderen een normale maalfunctie. Het paard kauwt meer met open mond of maakt minder maalbewegingen. Het ruwvoer valt in “rolletjes” terug in de voerbak.

Voeradvies

Zand eten

Zandhappen is een afwijkend gedrag. Het komt voor dat het paard in de paddock of de wei een voorkeursplek heeft om regelmatig zand te likken of te eten. Opname van een grote hoeveelheid zand kan de darmwerking ernstig verstoren. De oorzaak van dit gedrag is niet duidelijk. Het kan met de smakelijkheid van het zand te maken hebben.

Voeradvies

Aandoeningen

Gaskoliek

Een verstoring in de darmflora van de blinde- en dikke darm kan leiden tot gaskoliek. Ook slecht verteerde mest, te dunne mest of mestwateren kan een gevolg zijn hiervan. De darmbacteriën zijn in groei en aantal te sturen door middel van de voedermiddelen in het rantsoen. Zo is de balans in de darmflora te verbeteren.

Advies bekijken

Koliek door verstopping

Te traag werkende darmen of moeilijk afbreekbaar voer kan leiden tot een verstopping. Andere oorzaken van een verstopping zijn te weinig kauwen of een ophoping van zand. Onderzoek en behandeling door de dierenarts zijn noodzakelijk. Voorkom herhaling door de darmwerking en verteerbaarheid middels een aangepast rantsoen te verbeteren.

Advies bekijken

Hoefbevangenheid

Hoefbevangenheid is een ontsteking in de hoefwand. De ernst en symptomen kunnen variëren.  In ernstige vorm is een zeer pijnlijke aandoening. Insulineresistentie is dé risicofactor voor hoefbevangenheid. Dit ontstaat bij obesitas, PPID en Equine Metabool Syndroom, maar ook bij een ernstige verstoring van de darmflora.

Advies bekijken

Insulineresistentie

Obesitas, PPID, veroudering of chronische ontstekingen zijn oorzaken van langdurige insulineresistentie. Insulineresistentie veroorzaakt hoefbevangenheid doordat bij suikeropname hoge insulinepieken in het bloed ontstaan. Dit verstoort de bloedvoorziening in de hoef met als gevolg een ontstekingsreactie. Behandeling door de dierenarts en speciale dieetvoeding is nodig voor herstel en preventie.

Advies bekijken

Maagzweren

Veel sportpaarden hebben maagzweren. Minder goed krachtvoer eten kan een signaal zijn. Vaak zijn de klachten erg vaag en niet specifiek. Vermagering en minder presteren hoort daar ook bij. Behandeling is noodzakelijk, plus een aangepast rantsoen.

Advies bekijken

Spierbevangenheid

Spierbevangenheid is een aandoening waarbij het paard zijn eigen spieren afbreekt. Het komt in verschillende gradaties voor. Er zijn een aantal oorzaken voor te vinden in het rantsoen en in het paard. Met een aangepast rantsoen zijn ernstige aanvallen veelal te voorkomen.

Advies bekijken

PPID
(Cushing)

PPID (Pituitary Pars Intermedia Dysfunction) is een verstoring in de hormoonhuishouding die regelmatig bij (oudere) paarden voorkomt. Het geeft  een aantal veranderingen, waaronder insulineresistentie. Dit verhoogt het risico op hoefbevangenheid. Aanpassing van het rantsoen is nodig.

Advies bekijken

“Haverbultjes”

“Haverbultjes” is geen aparte aandoening, maar een verzamelnaam voor bultjes in de huid met onbekende oorzaak. Het kan een  reactie zijn op voeding, insecten, zeepresten in dekens, stalinterieur, etcetera. Er zijn geen betrouwbare voedingsallergie testen. Laat de dierenarts het paard onderzoeken en probeer de oorzaak te achterhalen. Ondersteuning voor een optimaal werkend immuunsysteem en voor de huid kan de klachten beperken.

Advies bekijken