Drinkt uw paard wel voldoende?

Drinkt uw paard wel voldoende?

Te weinig water opname kan leiden tot uitdroging, een verminderde prestatie, minder herstel, problemen in de vertering en vermindering van de weerstand. Met name verstoppingskoliek is één van de mogelijke, en soms zelfs fatale, gevolgen.

Een paard van 500 kg heeft per dag 15-25 liter water nodig, door zweetverlies tijdens inspanning kan dit stijgen naar 35-40 L per dag en bij zwaar werk wel tot 60-70 L per dag. Deze basisbehoefte kan bij extreme temperaturen hoger liggen. Geef paarden dus altijd naar believen fris en schoon water.

Water is nodig om met urine afvalstoffen uit te scheiden, zoals ureum. Ook in het maagdarmkanaal is water nodig voor een goede darmwerking. Mest bestaat voor 60-80% uit water. Met de productie van zweet, regelt het paard zijn lichaamstemperatuur als deze te hoog wordt, door inspanning of bij hoge buitentemperaturen. De hoeveelheid zweet kan variëren tussen de 0,75-5 liter per 100 kg lichaamsgewicht per dag.

Droog gras

Gras bestaat voor 80-85% uit water. Tijdens weidegang neemt een paard veel water op. Maar in deze droge, warme tijden is het watergehalte in gras sterk gedaald. Het paard, wat normaal tijdens weidegang niet veel extra water nodig heeft, zal nu zeker water moeten drinken.

Eten doet drinken

Paarden drinken tijdens of direct na het eten. Het eten en verteren van voer onttrekt water uit het lichaam, voor de productie van speeksel en darmsappen. Het lichaam reageert door het paard een dorstpikkel te geven, zodat het paard op zoek gaat naar water. Vóór een (zware) inspanning het paard veel ruwvoer geven, zonder dat het water krijgt, kan leiden tot een te kort aan vocht voor voldoende zweetproductie en een vermindering van de prestatie maar ook tot darmklachten. Ook het wachten met water geven, tot bijvoorbeeld het einde van de dag als ze uit de weide komen, is geen goed idee.

Zweten leidt niet direct tot drinken

Tijdens inspanning stijgt de zweetproductie. Direct na het werk hebben veel paarden echter geen dorst of gaan in ieder geval niet direct drinken. Dit komt doordat het zweet van paarden rijk is aan mineralen. Het bloed vermindert in zowel vocht als mineralen, maar verandert niet in concentratie. Juist een verandering in concentratie (verhouding mineralen in vocht) geeft in de hersenen aanleiding tot een dorstprikkel. Om paarden sneller toch te laten drinken, kan het geven van elektrolyten een hulpmiddel zijn. Hiermee stijgt het aandeel mineralen in het bloed en ontstaat dorst. Let wel op dat het paard na het eten van een elektrolytenpasta zeker water binnenkrijgt. Anders stijgt juist de uitdroging én het heeft een verhoogt risico op maagzweren. Een andere manier om “water in het paard te krijgen”, is om een waterrijk voer te maken (slobber). Daar kan je ook elektrolyten of zout aan toevoegen.

Controleer of je paard drinkt

In deze warme tijden zweet het paard ook in de wei. De vraag rijst dan ook of het paard een dorstprikkel krijgt en voldoende water gaat drinken. Drinkt het paard te weinig, dan kan (traag verteerbaar) voer in de darmen indrogen en aanleiding zijn voor een verstopping en zo koliek veroorzaken. Reden te meer de wateropname te controleren of ervoor te zorgen dat het paard voldoende water binnenkrijgt. Het aanwezig zijn van water geeft niet altijd voldoende garantie voor alle paarden in de groep. Zijn er weinig waterdrinkplaatsen dan kan de laagste in rangorde wel eens te weinig “aan de bak” komen.

Check de vochthuishouding

Het kan lastig zijn een indruk te krijgen van de hoeveelheid water die een paard drinkt of de hoeveelheid urine die geproduceerd wordt. Plast het paard veel, dan zal het ook veel water opnemen. Op stal is dit makkelijker te controleren dan buiten. Maakt het paard hele droge mestballen die snel uit elkaar vallen, laat dan het rantsoen nakijken (bekijk de mestscore kaart). De kans op een verstopping is groot, zeker als de wateropname te laag is. Verder kan de elasticiteit van de huid (huid turgor) aangeven of het paard wel of niet is uitgedroogd. Maak met duim en wijsvinger een huidplooi in de hals. Deze moet bij loslaten direct verstrijken. Gebeurt dit niet of langzaam dan heeft het paard een vocht te kort. De dierenarts kan ook aan de slijmvliezen en met bloedonderzoek beoordelen of het paard wel of niet is uitgedroogd.

Tips voor een betere watervoorziening:

  1. Geef je water uit emmers of teilen, meet dan hoeveel water per dag verdwijnt. Reken met dit weer op ongeveer 4-5 liter water per 100 kilogram lichaamsgewicht per dag (zonder werk). Nogmaals, meer drinken is niet afwijkend, veel minder drinken kan een risico voor de gezondheid zijn. Hou er wel rekening mee dat bij nat voer de wateropname uit drinkbakken natuurlijk minder is. Zijn er automatische drinkbakken en twijfel je aan de hoeveelheid water die de paarden opnemen, zet dan voor de zekerheid op andere plaatsen nog een paar emmers of teilen water neer.
  2. Geef naast ruwvoer een slobber van bijvoorbeeld geweekte bietenpulp. Dit bevat veel water en de vezels verbeteren de darmflora en de fermentatie in de dikke darm.
    1. Geef paarden die gevoelig zijn voor verstopping of harde droge mest Bonpard Motility. Dit voer, samen met fijn hooi, zorgt voor een verbetering van de darmpassage. Je kan van Bonpard Motility eenvoudig een slobber maken door het in warm water te laten weken.
  3. Krijgt je paard geen liksteen of neemt hij er weinig van op, geef dan extra zout door het voer. Het verlies met zweet wordt namelijk onvoldoende met ruwvoer gecompenseerd. Tevens stimuleert dit zout het drinken. De zoutbehoefte is moeilijk algemeen aan te geven, omdat het zweetverlies zo variabel is. Begin met 10 gram zout per dag en bij veel inspanning en zweetverlies mag dit geleidelijk verhoogd worden tot 30-40 gram per dag (paard van 500-600 kg).

2018-08-02T14:49:59+00:00

Leave A Comment