Aandoeningen of klachten bij paarden in relatie tot rantsoen

Aandoeningen of klachten bij paarden in relatie tot rantsoen2017-02-13T10:25:17+00:00

Afwijkende Body Condition Score

Paard is te dik

Het risico van overgewicht is het verkrijgen van hoefbevangenheid. Bij een Body Condition Score +2, moet een vermageringsdieet gestart worden. Dit is makkelijker gezegd dan gedaan. Verkeerd vermageren leidt tot andere gezondheidsproblemen. Overleg met je dierenarts om samen een vermageringstraject op te stellen.

Advies bekijken

Paard is te mager

Vermagering kan vele oorzaken hebben, van te weinig voer tot een stofwisselingsstoornis. Laat een dierenarts het paard nakijken en behandelen. Paarden die mager zijn hebben baat bij een energierijk voer met een laag risico op verteringsstoornissen. Uiteraard met voldoende eiwit en noodzakelijke mineralen en vitaminen. Betreft het een ouder paard dan is speciaal voer nodig dat met minder goed kauwen voldoende voedingsstoffen levert en past bij de behoefte van het oudere paard.

Advies bekijken

Paard heeft een te dikke nek
(insulineresisentie)

Vetophoping in de nekband is een signaal van overgewicht. Het harde nekvet verdwijnt niet altijd bij vermagering. Paarden met insulineresistentie (chronische hoefbevangenheid of PPID) hebben ook vaak vetophoping in de nek.  Laat de dierenarts het paard nakijken. De aanpassingen in het rantsoen, waaronder het ruwvoer, zijn afhankelijk van de conditie en of er inderdaad sprake is van insulineresistentie.

Advies bekijken

Levensfase

Het oudere paard

Slijtage aan het gebit zorgt voor vermagering, mestveranderingen of koliek. Ook PPID (Cushing) en hoefbevangenheid komen bij oudere paarden veel voor. Begin tijdig met een passend rantsoen dat is afgestemd op de mogelijkheden en behoeften van het paard.

Advies bekijken

Drachtige merrie

Na zeven maanden dracht heeft een merrie extra voedingsstoffen nodig voor de groei van het veulen. Een eiwitrijk voer met aangepaste mineralen- en vitaminegehalten is dan gewenst.

Voeradvies

Veulen

De melkproductie van een gezonde, goed gevoerde, merrie kan voldoende zijn voor de snelle groei van het veulen in de eerste paard maanden. Aan het einde van de melkperiode en voordat het veulen gespeend wordt, moet het zelfstandig voldoende voer opeten. Dit voer moet alles bevatten om de groei verder te ondersteunen.

Voeradvies

Paard met blessure en stalrust

Krijgt een sportpaard stalrust voorgeschreven vanwege een blessure dan is aanpassing van het rantsoen nodig. Deze aanpassing is afhankelijk van de duur van de rustperiode. Het paard heeft minder energie nodig voor het werk. Toch mag het in de voeding niet ontbreken aan essentiële voedingsstoffen die nodig zijn voor het herstel.

Advies bekijken

Afwijkende mest

Te natte mest (diarree)

Diarree kan door een ziekte veroorzaakt worden. De dierenarts moet het paard onderzoeken en eventueel behandelen. Diarree of te natte mest kan ook het gevolg zijn van een verstoring van de darmflora in de blinde- en dikke darm. De samenstelling van het rantsoen beïnvloedt de darmflora.

Advies bekijken

Te droge mest

Mestballen zijn te droog als ze direct uit elkaar vallen zodra ze de grond raken. Of als het grote aan elkaar geplakte hopen zijn die het paard moeilijk kwijt kan (persen). Als het paard veel stro heeft gegeten, is de kleur lichtbruin tot geel. Het risico van te droge mest is het ontstaan van een verstopping en koliek.

Advies bekijken

Ongevormde mest met veel lange vezels

Met veel lange vezels in de mest zijn geen mooie mestballen te vormen. Soms is de mest ook te nat. Gebitsproblemen kunnen de oorzaak zijn van deze afwijkende mest. Het komt veel voor bij seniorpaarden. De darmflora raakt verstoord, dus is er behalve de tandarts, ook een aangepaste voeding nodig.

Advies bekijken

Mest met hele graankorrels

Heeft het paard onvoldoende gekauwd op het voer dan verteren hele graankorrels slecht. Zie je hele graankorrels in de mest, dan eet het paard te snel (voernijd) of zijn er problemen in het gebit. De mest mag geen of heel weinig graankorrels bevatten. Slecht kauwen geeft een risico op verstoppingen van te lange vezels of op een fermentatiestoornis in de dikke darm (koliek).

Voeradvies

Mest met teveel zand

Krijgt het paard teveel zand binnen, dan zal een deel met de mest naar buiten komen, maar een deel blijft ook achter in de darmen. Het zand kan de darmwand beschadigen, de darmflora verstoren of een verstopping veroorzaken. Zandrijk mestballen hebben een grijzige kleur. De mest kan ook brijig of zelfs waterdun worden als de darmflora ernstig verstoord is.

Advies bekijken

Afwijkend gedrag

Voernijd

Groepshuisvesting leidt soms tot voernijd als er onvoldoende voer en eetplaatsen zijn. Paarden uit de opfok komen soms met voernijd terug. Het gevolg is dat het paard stress heeft tijdens het voeren en heel snel gaat eten. Dit heeft consequenties voor de vertering. Maagzweren, koliekgevoeligheid of zelfs vermagering zijn mogelijke gevolgen.

Voeradvies

Wil geen krachtvoer eten
(maagzweer)

Paarden die ziek zijn en koorts hebben laten vaak als eerste het krachtvoer liggen. Verandering van voersamenstelling of  van het merk voer kan ook oorzaak zijn van voerweigering. Geleidelijke introductie van nieuw voer kan dan helpen. Zijn maagzweren een oorzaak van het niet willen eten van krachtvoer, dan is een behandeling nodig van de dierenarts en kan aangepast voer helpen.

Advies bekijken

Kribbebijten en luchtzuigen

Kribbebijten en luchtzuigen ontstaat uit stress, verveling en onvoldoende ruwvoer. Eenmaal ontwikkelt is het moeilijk “af te leren”. Luchtzuigen zorgt voor een verandering in de darmbewegingen en kan de vertering nadelig beïnvloeden en tot koliek leiden. Maagzweren en luchtzuigen komen vaak samen voor. Laat het paard door de dierenarts nakijken. Rantsoen aanpassingen kunnen problemen voorkomen.

Advies bekijken

Teveel temperament

Het temperament van het paard is voor een groot deel karakter en overerfbaar. Heeft een paard veel temperament dan kan krachtvoer dit versterken. Een “te heet” paard heeft onvoldoende concentratie, “verspilt” veel energie en is niet altijd een plezier om te rijden. Geef het paard veel beweging. En geef het een rantsoen met beperkte hoeveelheid zetmeel en suikers.

Voeradvies

Maakt proppen van ruwvoer

Paarden kauwen goed op voer. Daarbij malen de kiezen over elkaar. Ruwvoer wordt zo geleidelijk naar achteren verplaatst en verkleind. Haken of andere onregelmatigheden in het gebit verhinderen een normale maalfunctie. Het paard kauwt meer met open mond of maakt minder maalbewegingen. Het ruwvoer valt in “rolletjes” terug in de voerbak.

Voeradvies

Zand eten

Zandhappen is een afwijkend gedrag. Het komt voor dat het paard in de paddock of de wei een voorkeursplek heeft om regelmatig zand te likken of te eten. Opname van een grote hoeveelheid zand kan de darmwerking ernstig verstoren. De oorzaak van dit gedrag is niet duidelijk. Het kan met de smakelijkheid van het zand te maken hebben.

Voeradvies

Aandoeningen

Gaskoliek

Een verstoring in de darmflora van de blinde- en dikke darm kan leiden tot gaskoliek. Ook slecht verteerde mest, te dunne mest of mestwateren kan een gevolg zijn hiervan. De darmbacteriën zijn in groei en aantal te sturen door middel van de voedermiddelen in het rantsoen. Zo is balans in de darmflora te verbeteren.

Advies bekijken

Koliek door verstopping

Te traag werkende darmen of moeilijk afbreekbaar voer kan leiden tot een verstopping. Andere oorzaken van een verstopping zijn te weinig kauwen of een ophoping van zand. Onderzoek en behandeling door de dierenarts zijn noodzakelijk. Voorkom herhaling door de darmwerking en verteerbaarheid middels een aangepast rantsoen te verbeteren.

Advies bekijken

Hoefbevangenheid

Hoefbevangenheid is een ontsteking in de hoefwand die zeer variabel in ernst voorkomt. Het is een zeer pijnlijke aandoening. Paarden met insulineresistentie lopen een verhoogd risico om dit te krijgen. Obesitas, PPID, maar ook een verstoring van de darmflora kunnen hoefbevangenheid tot gevolg hebben.

Advies bekijken

Insulineresistentie

Insulineresistentie komt voor bij te dikke maar ook bij magere paarden. Obesitas, PPID, veroudering of ontstekingen zijn oorzaken van langdurige insulineresistentie. Insulineresistentie is oorzaak van hoefbevangenheid doordat bij suikeropname hoge insulinepieken in het bloed ontstaan. Het rantsoen moet worden aangepast als de oorzaak van insulineresistentie niet is weg te nemen.

Advies bekijken

Maagzweren

Veel sportpaarden hebben maagzweren. Minder goed krachtvoer eten kan een signaal zijn. Soms zijn de klachten erg vaag en niet specifiek. Vermagering en minder presteren hoort daar ook bij. Behandeling is noodzakelijk, plus een aangepast rantsoen.

Advies bekijken

Spierbevangenheid

Spierbevangenheid is een aandoening waarbij het paard zijn eigen spieren afbreekt. Het komt in verschillende gradaties voor. Er zijn een aantal oorzaken voor te vinden in het rantsoen en in het paard. Met een aangepast rantsoen zijn aanvallen vaak te voorkomen.

Advies bekijken

PPID
(Cushing)

PPID (Pituitary Pars Intermedia Dysfunction) is een verstoring in de hormoonhuishouding die regelmatig bij (oudere) paarden voorkomt. Het geeft  een aantal veranderingen, waaronder insulineresistentie. Dit verhoogt het risico op hoefbevangenheid. Aanpassing van het rantsoen is nodig.

Advies bekijken

“Haverbultjes”

“Haverbultjes” is geen aandoening, maar een verzamelnaam voor bultjes in de huid met onbekende oorzaak. Het kan een  reactie zijn op voeding, insecten, zeepresten in dekens, stalinterieur etc. etc. . Testen hiervoor zijn nog niet erg betrouwbaar. Laat de dierenarts het paard onderzoeken en probeer de oorzaak te achterhalen. Ondersteuning voor een optimaal werkend immuunsysteem en voor de huid kan de klachten beperken.

Advies bekijken